Beeldbrug aflevering 9: Igor Lenting en Eva Michiels.

Igor Lenting (1996) maakt voornamelijk schilderijen. Het schilderij The End (2019) behoort tot zijn serie zwembaden met blauwe luchten. Met deze serie wil hij de tijdgeest van de eenentwintigste eeuw vangen. Dit doet hij door de droomvakantie van de doorsnee burger te verbeelden: een zwembad in de zon, vaak omringd door plastic ligstoelen. Lenting vindt het fascinerend dat veel mensen jaarlijks dagen van 9.00 tot 17.00 maken om toe te werken naar zo’n vakantie.

Hij werkt snel, verzint zijn composities vaak ter plekke en gebruikt daarom meestal sneldrogende acrylverf. Dit materiaal is zeer geschikt om de zonovergoten zwembaden als egale dekkende kleurvlakken met haarscherpe contouren weer te geven. Hiervoor gebruikt Lenting grote kwasten en soms ook verfrollers. Door in één richting te schilderen worden de vlakken heel egaal, wat bijna verhult dat de vlakken uit verf bestaan. Pas als je het werk van dichterbij bekijkt, zie je dat het verf is; het bovenrandje van de roze muur verraadt dat bijvoorbeeld. De strakke contouren maakt Lenting met behulp van tape. Door de jaren heen heeft hij ongeveer alle soorten tape gebruikt die er op de markt zijn. Uiteindelijk vond hij zijn twee favoriete tapes in een verfspeciaalzaak bij hem in de buurt en in een bouwwinkel.

De onderwerpkeuze, de schilderstijl en het materiaalgebruik doen onmiddellijk denken aan A Bigger Splash (1967) en andere werken van David Hockney (1937). Zoals Hockney in 1963 geïnspireerd raakte door het zonnige klimaat van Californië, zo raakte Lenting in de ban van het zonlicht en de schaduwen in Kroatië, waar hij iedere zomer van zijn leven heeft doorgebracht. Ook de Amerikaanse lichtkunstenaar James Turrell (1943) vond zijn inspiratie in licht. Hij creëert betoverende lichtinstallaties met kunstlicht en natuurlijk licht, waarin de waarneming van licht, kleur en ruimte centraal staat.[1] Hij manipuleert de perceptie van de toeschouwer onder andere doordat de lichtbron meestal niet zichtbaar is. Turrell’s Open Field (2000) maakt onderdeel uit van zijn serie Ganzfelds.[2] ‘Ganzfeld’ is een Duits woord dat wordt gebruikt om het fenomeen van het totale verlies van dieptewaarneming te beschrijven. Turrell creëert met Open Field een soortgelijke ervaring. Toen ik enkele jaren geleden voor het eerst dit werk zag, dacht ik naar een tweedimensionaal projectiescherm met een trap ervoor te kijken. De suppoost wees naar de trap en ik liep vervolgens voorzichtig de treden op. Als je bekend bent met het werk van Turrell, zal het je niet verrassen dat het blauwe oppervlak een gat in de muur bleek te zijn met een verlichte ruimte erachter waar ik in kon stappen. De ruimtelijke effecten van het licht deden mij twijfelen aan mijn eigen waarneming; de blauwe ruimte leek onbegrensd te zijn.

Ook The End is een spel met perceptie dat je bewust maakt van de discrepantie tussen waarneming en werkelijkheid. Enkele schaduwen geven een ruimtelijk gevoel, maar eigenlijk bestaat het schilderij uit platte kleurvlakken, in simpele geometrische vormen. Lenting speelt met de grens tussen wat een vlak en wat een object is. Het blauwe vlak dat de zee verbeeldt, lijkt oneindig, zoals ook de blauwe ruimte van Open Field. Deze oneindigheid in combinatie met de minimalistische invulling van leegte straalt zoveel rust uit dat deze werken de tijd doen stilstaan. Als je naar deze werken kijkt, ben je gedwongen de realiteit even te verruilen voor de illusie.

Geschreven door Eva Michiels.

[1] Turrell heeft overigens twee heel bijzondere zwembaden ontworpen: Heavy Water (1992) en Baker Pool (2002-2008).

[2] Drie werken van Turrell, waaronder Open Field, behoren tot de vaste collectie van het Chichu Art Museum dat is gelegen op het Japanse kunsteiland Naoshima. Het museum is ontworpen door de Japanse sterarchitect Tadao Ando.